Vanaf 1 januari 2026 wordt in België een meerwaardebelasting ingevoerd op financiële activa. Dat betekent dat een deel van de winst die u realiseert bij verkoop of terugbetaling van bepaalde beleggingen, belast wordt. Voor veel beleggers is dit een nieuw regime, met vrijstellingen, overgangsregels en praktische keuzes rond inhouding of aangifte.
Deze gids is geschreven in klare taal en focust op wat u als belegger nodig heeft: wat wordt belast, wat niet, hoe de vrijstelling werkt, welke overgangsmaatregel geldt voor bestaande portefeuilles, en hoe dit alles uw netto rendement beïnvloedt.
Disclaimer: dit artikel is informatief en geen persoonlijk fiscaal of beleggingsadvies. Wetgeving en uitvoeringsregels kunnen evolueren.
De meerwaardebelasting viseert gerealiseerde meerwaarden. Dat is winst die u effectief realiseert bij een verkoop, terugbetaling, inkoop of vereffening. Papieren winst, een stijging in waarde zonder verkoop, wordt niet rechtstreeks belast.
De scope wordt ruim omschreven en omvat verschillende categorieën. Denk aan financiële instrumenten zoals aandelen, obligaties, ETF en fondsen. Daarnaast worden ook crypto activa en valuta genoemd. In sommige samenvattingen wordt ook beleggingsgoud vermeld.
Niet alles valt onder deze belasting. In de huidige samenvattingen worden onder meer tweede pijler groepsverzekeringen en derde pijler pensioensparen die recht geeft op een belastingvermindering, uitgesloten. Ook meerwaarden die door vennootschappen worden gerealiseerd onder de vennootschapsbelasting vallen buiten dit regime.
De basisregel is een tarief van 10 procent op de nettomeerwaarde. Nettomeerwaarde betekent: na toepassing van de jaarlijkse vrijstelling en na verrekening van minwaarden binnen de regels van het systeem.
Er is een jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro per belastingplichtige. Dat bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. Wie in een bepaald jaar minder dan die grens aan belastbare meerwaarden realiseert, betaalt in principe geen meerwaardebelasting.
Gebruikt u de vrijstelling niet, dan kan u een deel ervan opbouwen. In de samenvattingen wordt vermeld dat u gedurende maximaal vijf jaar telkens 1.000 euro kan overdragen, tot een plafond van 15.000 euro vrijstelling.
Omdat de vrijstelling per belastingplichtige geldt, kan dit in de praktijk voor twee belastingplichtigen samen hoger uitkomen. Concreet: als beide personen meerwaarden realiseren, kan elk zijn eigen vrijstelling toepassen. Dat kan in totaal dus neerkomen op 20.000 euro vrijstelling in hetzelfde jaar, zolang beide personen belastbare meerwaarden hebben.
Voor aandeelhouders met een grote participatie is er een aparte regeling. In de samenvattingen wordt een drempel van minstens 20 procent participatie op het moment van verkoop genoemd. Voor dat aanmerkelijk belang is er een vrijstelling op de eerste 1.000.000 euro meerwaarde, toepasbaar één keer per vijf jaar, gevolgd door progressieve tarieven.
|
Schijf (belastbare meerwaarde) |
Tarief |
|
0 tot 1.000.000 euro |
0 procent |
|
1.000.000 tot 2.500.000 euro |
1,25 procent |
|
2.500.000 tot 5.000.000 euro |
2,5 procent |
|
5.000.000 tot 10.000.000 euro |
5 procent |
|
Meer dan 10.000.000 euro |
10 procent |
Belangrijk: dit aanmerkelijk belang wordt per aandeelhouder individueel beoordeeld. Het samenvoegen van participaties binnen de familie wordt in samenvattingen expliciet uitgesloten.
De basisformule is eenvoudig: verkoopprijs min aanschaffingswaarde. In de praktijk draait het vaak om bewijs en documentatie: aankoopprijzen, transactiekosten, en de juiste referentiewaarde voor bestaande posities.
Om historische meerwaarden niet volledig in het nieuwe regime te trekken, wordt gewerkt met een referentiedatum op 31 december 2025. In de samenvattingen wordt aangegeven dat de marktwaarde op 31 december 2025 een startpunt vormt. Wanneer uw oorspronkelijke aankoopprijs hoger ligt en u die kan bewijzen, kan die aankoopprijs in bepaalde gevallen de referentie zijn.
Sommige samenvattingen vermelden ook een overgangsperiode waarbij de historische aanschaffingswaarde nog kan worden gebruikt als die hoger is dan de waarde op 31 december 2025, gedurende de eerste jaren na de start.
Gerealiseerde minwaarden kunnen worden afgetrokken van gerealiseerde meerwaarden in hetzelfde jaar. In de samenvattingen wordt ook vermeld dat minwaarden niet kunnen worden overgedragen naar volgende jaren. Bovendien tellen historische verliezen van vóór de referentiedatum niet mee voor aftrek.
Een belangrijke praktische vraag is hoe de belasting wordt geïnd. In de samenvattingen wordt inhouding aan de bron als standaard genoemd wanneer u via een Belgische financiële instelling werkt. Dat kan gebeuren als een bevrijdende roerende voorheffing.
Let wel: wie de jaarlijkse vrijstelling wil benutten, zal in bepaalde modellen de meerwaarden via de belastingaangifte moeten opnemen om de ingehouden belasting terug te vorderen. Er wordt ook een opt out regeling genoemd waarbij u aan uw instelling vraagt om niet in te houden en alles zelf via aangifte verwerkt. De exacte modaliteiten van opt out worden in sommige bronnen nog als niet volledig vastgelegd omschreven.
U realiseert in 2026 een meerwaarde van 14.000 euro op een ETF. U heeft de vorige vijf jaar geen belastbare meerwaarden gerealiseerd en bouwde daardoor een vrijstelling op tot 15.000 euro. Resultaat: 0 euro belasting op deze meerwaarde.
Voorbeeld 2: meerwaarde van 40.000 euro, maximale vrijstelling 15.000 euro
U verkoopt in 2026 een positie met 40.000 euro meerwaarde. U kan 15.000 euro vrijstelling toepassen. Belastbare meerwaarde: 25.000 euro. Belasting: 10 procent daarvan, dus 2.500 euro.
Voorbeeld 3: twee belastingplichtigen, elk onder de vrijstelling
Meer fiscale druk betekent niet automatisch dat beleggen minder zinvol wordt. Wel verandert de focus: netto performance wordt nog belangrijker. Netto performance is het resultaat van marktrendement, kosten en fiscaliteit. Wat u niet kan controleren is de markt. Wat u wél kan beheersen zijn kosten, discipline en de manier waarop u uw portefeuille structureert en opvolgt.
Twain is gebouwd rond één principe: performance per euro. We investeren in analyse, portefeuillebeheer en duidelijke communicatie. Niet in prestige, events of kasteelkantoren. Minder overhead betekent meer focus op wat u écht vooruithelpt: netto rendement en controle.
Concreet betekent dit dat u bij Twain altijd weet waar uw geld naartoe gaat: naar uw portefeuille, naar duidelijke beheerskosten, en naar een beheerproces dat uitgelegd kan worden. Geen vaagheid, wel transparantie.
Wilt u weten of onze manier van werken bij u past?
Doe de matchtest en krijg meteen uw fit, plus de drie Twain eigenschappen die het best bij u aansluiten.